Blog 1: Christopher Columbusing

 

Columbussing!

We leren een werkwoord voor gentrificatie: Christopher Columbusing. Dat is enthousiast vertellen over het nieuwe territorium, of de nieuwe buurt die je hebt ontdekt, terwijl je ondertussen vergeet dat daar al lang mensen woonden. Wij willen niet Christopher Columbusen, maar toch classificeren en oordelen we als we om ons heen kijken. Ik observeer flarden van een cultuur en een stedelijke omgeving die niet passen in de Nederlandse hokjes in mijn hoofd. Ik verwonder me terwijl een nieuwe wereld zich ontvouwt. We stappen in de voetsporen van onze pionierende voorouders en hopen van harte dat wij het pionieren beter, respectvoller en nederiger zullen aanpakken. Wij weten immers dat deze nieuwe wereld helemaal niet nieuw is, maar al lang haar eigen leven leidde, voordat wij kwamen. Ook wij zullen op den duur ons deze nieuwe wereld toe-eigenen, maar hopelijk zal dat niet, of zo min mogelijk, ten koste gaan van degenen die hier al waren. Nu bepalen we nog onze koers. Amerika heeft zoveel verschillende gezichten, het is nog zoeken hoe ons gezicht hier tussen past. Na de eerste paar weken Amerika springen vooral de tegenstellingen in het oog.

De overweldigende kakofonie van kleuren, commercie, geluid en armoede op Times Square, waar mensen bedelen, verkopen en flaneren tegelijk.

In de delicatesse zaak om de hoek bij Samir in Manhattan kun je granaatappelpitten in een bakje kopen voor zes dollar en het meisje van de koffiehoek vraagt of ik melk, sojamelk, amandelmelk of rijstmelk in mijn cappuccino wil. In Oost Oakland zit op elke hoek van de straat een drogist of een drankwinkel, maar om eten te kopen moet je minstens een half uur lopen naar de dichtstbijzijnde supermarkt.

Afval dwarrelt rond tussen de troosteloze rijen met flats in East Harlem, maar we zien er ook prachtige muurschilderingen die de trots en rijkdom van een mix van Latijns Amerikaanse cultuur en geschiedenis vieren. Celia Cruz, de koningin van de salsa, lacht ons toe vanaf de bakstenen.

Op onze tweede dag in de trein zitten we naast Bill en Joe in de diner. Bill en Joe komen uit Mississippi. De twee vrienden kennen elkaar van de kerk en gaan regelmatig samen op stap om ‘even van de vrouwen verlost te zijn’. Dat blijkt niet alleen voor hun eigen vrouwen te gelden, want tijdens het gesprek richten ze zich alleen op Niels en kijken ze mij geen enkele keer aan. Bill en Joe nemen altijd de trein en stappen nooit ergens uit. Als ze aankomen op hun eindbestemming vliegen ze direct weer terug naar huis. De reis draait om de trein. Ze vertellen aan Niels dat ze ooit in Noord Amerika hebben gewoond, maar snel weer terug naar Mississippi zijn verhuisd, vanwege de homo-politiek. Ze vonden het geen gezonde omgeving voor hun kinderen. ‘Op school wilden ze ons ook nog onze kerstboom afnemen, toen was de maat vol’, zegt Bill. Voor de maaltijd willen ze graag voor ons bidden. Joe gaat voor in het gebed en komt er dan pas achter dat hij niet precies weet voor wie hij aan het bidden is, omdat hij is vergeten zich aan mij voor te stellen. Hij stuntelt en draagt het gebed op aan “Neil and his special lady friend”. Op ons eerste feestje in Oakland zien we iemand met een weelderige baard en een paar weelderige borsten, twee meisjes in matchende lakleren pakjes met kattenoren, een jongen die een spinnenweb over zijn hele gezicht heeft getatoeëerd en iemand die coke snuift uit een soort naaidoosje met wel tien verschillende soorten pillen en poedertjes. Bill en Joe zouden er schande van spreken.

In Oakland ruikt het overal naar wiet, maar je moet wel je ID laten zien als je het cafe in wilt. Ook als je tachtig bent en rimpels hebt, verzekert een van de portiers ons. Je zult maar per ongeluk iemand van onder de 21 binnen laten.

Dusty heeft lang haar dat aan de zijkanten opgeschoren is en een zorgvuldig gesoigneerde Dali-snor. Hij draagt een zwarte hoody en bouwt wagens voor Burning Man in zijn vrije tijd. Hij houdt van het community gevoel van Burning Man ‘omdat community betekent dat je dingen samen doet en dat niet één iemand de baas is’. Dat vindt hij ontzettend bijzonder. Hij neemt ons mee naar een verjaardagsfeestje in een verbouwd pakhuis. In de achtertuin staat een hottub waar badeendjes in ronddobberen en drie mensen in zitten te vozen. Er staat ook een jukebox waar je voor een muntje “ervaringen” uit kunt trekken. Dusty blijkt een in een punk-papiertje verpakte corpsbal te zijn. Hij trekt zijn wenkbrauwen op als we vertellen dat we hebben gekraakt in Amsterdam. ‘Dan steel je toch andermans privé bezit’ zegt hij verontwaardigd. In zijn sector verdien je 170.000 dollar per jaar voor een startersbaantje, daarmee kun je gelukkig net een leuk pakhuisje in West-Oakland betalen, verzucht hij. Niels zou ook een startersbaantje in de tech-wereld moeten proberen te vinden, stelt Dusty behulpzaam voor. Je hoeft er maar een beetje voor te kunnen programmeren. Ik drink snel mijn cocktail met burboun en pruimenbitter op en zeg tegen Niels dat ik naar huis wil.

In Downtown Oakland wenst de dakloze dame op de hoek ons Happy Valentines Day als we hand in hand voorbij lopen. In Berkeley rent een middelbare dame me voorbij in een neon-kleurig atletiek pakje. Ze trekt drie poedels aan een riempje met zich mee. Zij heeft geen tijd om iemand goeiedag te zeggen.

De Berkeley campus lijkt van bordkarton gemaakt te zijn. IJverige studenten haasten zich over de aangeharkte gazonnetjes van het ene gebouw met Dorische zuilen naar het andere pand met nep-marmeren traptreden. De klokkentoren houdt streng toezicht op de academische productiviteit. Achter het Barrows gebouw klatert een rustiek beekje. Je kunt er eindeloos op een bankje onder de bladeren zitten kijken hoe de tijd verglijdt en het water onder de brug voorbij stroomt.

Aan de ene kant van het meer in Oakland staat een chic hotel, een bar met terras aan het water waar je fruits de mer kunt eten, en een glazen kerk die op een vagina met doorns lijkt. Dat laatste heb ik niet zelf bedacht. Het is me door meerdere Oaklanders verteld. Aan de andere kant van het meer staan lage houten huizen met afgebladderde verf. Het asfalt is er slechter dan aan de kant van de glazen kerk, mijn mountainbike hobbelt door de gaten. Hier kun je de lekkerste ceviche eten bij een taco truck waar je ook illegale cd’s kunt halen, als je wilt.

Leave a Reply

Your email address will not be published.

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>