Blog 6: On/menselijk

Voorlezen

De man die de duiven voert zit er weer, in de hoek van het honkbalveld. Zijn lange grijze haar heeft dezelfde kleur als de wolk veren die om hem heen fladdert. De man en de duiven vormen een serene aanblik, met op de achtergrond de heuvels die langzaam roze kleuren in de late namiddagzon. Verderop word ik gegroet door de man met de bril die de bloemperkjes bijhoudt. Hij verontschuldigt zich weer dat hij nog steeds mijn naam niet goed uitspreekt en vraagt me met een warme glimlach of ik een prettige dag heb gehad. Ik loop langs de keurige bedjes met paarse, gele en rode bloemen die hij zo zorgvuldig onderhoudt en snuif de mix van bloemengeur en zeelucht op. Hier is de enige kleurexplosie in een verder grauwe omgeving, waar kleuren onder streng toezicht staan. Elke keer als ik langs de man van de duiven en de man van de bloemen loop vraag ik me af: hoe kan een plek tegelijk zo prachtig en zo gruwelijk zijn?

 

De man van de duiven en de man van de bloemen worden hier eerder aangesproken bij hun nummer dan bij hun naam. Ze dragen hetzelfde uniform van wit shirt, spijkerbroek en spijkerbloes. Op de broek staat in grote gele letters “prisoner” gedrukt. Ze zitten opgesloten in een beruchte gevangenis waarvan ik de naam hier niet mag noemen. Zo zijn de regels. Je mag alleen over de gevangenis schrijven op internet als je daar officieel toestemming voor hebt gekregen. Ik heb geen toestemming gevraagd, maar ik hoef deze plek ook niet bij naam te noemen. Johnny Cash luisteraars zullen meteen weten waar ik het over heb. Bezoekers van San Francisco die niet naar Johnny Cash luisteren vast ook. De gevangenis ligt op een van de mooiste plekken van de baai, met waanzinnig uitzicht over het open water aan de ene kant en de heuvels aan de andere kant, precies in de luwte van de wind waar in de stad geen ontkomen aan is. Het is een prime real estate location. Direct buiten de muren van dit fort liggen luxe villa’s met kleine privé strandjes om de speedboot te parkeren. Een bewoner vertelde me dat het er zo heerlijk rustig wonen is. Alleen op dagen dat er een executie plaats vindt is er veel verkeersoverlast, zei hij er bij. Dan komen er zoveel activisten langs. Maar gelukkig gebeurt dat maar zelden, die executies, voegde hij er haastig aan toe. Op Facebook krijg ik reclame van een site die me uitnodigt om de verborgen “hotspots” van San Francisco te ontdekken. Een foto van de gevangenis is ter illustratie bijgevoegd. Zo cynisch is het hier, en zo cynisch voelt het ook dat mijn bezoeken aan deze gevangenis mijn favoriete momenten van de week zijn.

 

Het is gruwelijk hoe een gevangenis ontmenselijkt en ook prachtig dat menselijkheid zich niet uit laat roeien. Zelfs, of misschien juist vooral, niet hier. Ik wordt geconfronteerd met beide kanten van deze plek. Elke donderdag en zondag geef ik les aan een groep van negentwintig mannen, waarvan sommigen al meer dan vijfentwintig jaar opgesloten zitten. Ze leven op een plek die er alles aan doet om menselijke waardigheid onmogelijk te maken. De eerste keer dat mijn oog per ongeluk viel op een man die op de wc zat met zijn broek op zijn enkels terwijl ik over de binnenplaats liep, schrok ik. Ik voelde me schuldig en betrapt, omdat ik naar iemand keek op een manier waarop je niet naar een ander behoort te kijken. Toen besefte ik me dat deze plek er precies op ingericht is om altijd en overal naar mensen te kijken op een manier waarop je eigenlijk niet naar ze behoort te kijken. Voor de gevangenen is er geen wc met een deur die je zelf op slot kunt doen. Voor mij als docent wel, in de barak waar onderwijs wordt gegeven. Daar staat dan ook in grote letters “staff only” op. Toch heb ik hier de meest menselijke gesprekken en ontmoetingen gehad. Het meest hartelijke en geïnteresseerde welkom sinds onze komst naar de VS ontving ik hier, in deze klas.

 

Tijdens mijn eerste les verontschuldigde ik me over het feit dat Engels niet mijn eerste taal is en ik dus af en toe fouten maak. Alle negentwintig mannen deden hun uiterste best om me gerust te stellen en te complimenteren. Ze wilden alles weten over Nederland, mijn redenen om naar de VS te komen, waarom ik er voor heb gekozen om les te geven, mijn onderzoekswerk en mijn boek dat binnenkort uit komt. Ze gaven me een gevoel van erkenning dat ik lang niet heb gekregen in academische kringen. Ik besefte me dat deze mannen een bijzondere capaciteit hebben om te geven. In de les geven ze aandacht, respect en interesse; niet alleen aan mij, maar ook aan elkaar. Ik besefte me ook dat het voor deze mannen niet gebruikelijk is om respect, aandacht en interesse te krijgen. Ze waren aangenaam verrast toen ik ze vertelde dat ik met enorm veel plezier mijn lessen voor hen voorbereid en dat ze niet onder doen voor studenten in Berkeley. Ik heb nog nooit zulke slimme, gretige en beleefde studenten gehad. Iedereen is geconcentreerd, komt naar de les met een mening over de gelezen teksten en wil deelnemen aan de discussie.

 

Het is de bedoeling dat ik de mannen academisch leer lezen en schrijven, maar kritisch denkvermogen hoef ik ze niet bij te brengen. We lazen Foucault en bespraken het verschil tussen macht en overheersing in relatie tot een staat van gevangenschap. Al mijn studenten waren het er over eens dat gevangenschap nooit een staat van totale overheersing is. Zolang je in je denken bewegingsruimte hebt en zolang je zelf kunt kiezen tussen leven en dood ben je niet volledig overheerst maar heb je zelf ook macht, vonden ze. Zelfs de mannen op death row zijn niet volledig overheerst, stelden ze. Het viel me op hoe optimistisch en fijn ontwikkeld hun analyse van de minimale condities van menselijkheid is. We lazen ook Rancière en spraken over emancipatie door middel van onderwijs. Mijn studenten herkenden zich in het idee van horizontaal leren, waarbij je zelf op ontdekkingstocht naar kennis gaat, versus verticaal leren, waarbij de docent uitlegt hoe ware kennis in elkaar steekt. “Dat horizontale leren, dat doen we hier allemaal”, zei Theodore. “Alle kennis die we nodig hebben om hier te overleven moeten we zelf opzoeken, want niemand helpt ons of biedt ons iets aan. We zijn dus in principe allemaal autodidact.” Net als menselijkheid verdwijnt de honger naar kennis en ontwikkeling niet met jaren van opsluiting. Mijn studenten lezen van alles, van Blavatski tot de bijbel, en van Maya Angelou tot Malcolm X. Alle elementen van een ideale onderwijsomgeving vind ik hier terug in de klas: empathie, eloquentie, uitdaging, creativiteit en rust om na te denken over moeilijke vragen. De lessen zijn een academisch paradijs in een helse omgeving. Ondanks die helse omgeving is het ervaren van, en het denken over, menselijkheid hier nadrukkelijk aanwezig.

 

Ik ben niet de enige die jubelend spreekt over het lesgeven in deze gevangenis. Ik heb al veel mensen enthousiast en met verbazing horen vertellen over hun ervaringen als docent. Veel docenten lijken verbaasd te zijn dat gevangenen die uit zo’n achtergestelde positie komen en zulke vreselijke dingen hebben gedaan zulke prettige studenten kunnen zijn. Mij verbaast het niet dat criminelen ook intelligente, beleefde en leergierige mensen kunnen zijn. Dat ze als crimineel en daarmee automatisch als dom, gevaarlijk of barbaars bestempeld worden zegt meer over de maatschappij dan over hen. Ik ben om een andere reden verbaasd. Het verbaast mij dat mensen in een omgeving die er op is ingericht om ze te objectiveren, kleineren en inperken toch hun menselijke waardigheid zo weten te behouden en ontwikkelen.

 

Tegelijkertijd denk ik dat de lessen hier voor een deel ook zo goed zijn juist omdat mijn studenten volledig afgesloten zijn van de samenleving buiten. Er hangt in dit klaslokaal een bijna ouderwets respect voor pure kennis als doel op zichzelf. Niemand is meer geïnteresseerd in de social media op zijn laptop dan in de opmerkingen van zijn medestudenten, niemand zit hier alleen voor de studiepunten of om zijn cv op te leuken, niemand maakt zich meer druk over zijn verschijning dan over zijn essay. Deze studenten studeren in de eerste plaats voor hun persoonlijke interesse en ontwikkeling en er is vrijwel geen afleiding. Het rendementsdenken is in deze onderwijs context volledig afwezig en dat is tegelijkertijd een verademing en een verschrikking. De kans is zeer klein dat student uit deze groep ooit met hun universitair diploma een baan zullen vinden binnen hun studierichting, of ze nu vrij komen of niet. Voor ex-gevangenen is op de Amerikaanse arbeidsmarkt niet of nauwelijks plaats. Een opleiding als instrument voor maatschappelijk succes is in deze context een droom die moeilijk te realiseren valt. Dat is schrijnend. Daarom voelt het cynisch om te genieten van het lesgeven hier. Terwijl mijn studenten een tekst van Frederick Douglas lazen ging ik naar een toneelstuk over Frederick Douglas in het centrum van San Francisco. Ik had ze er graag mee naar toe willen nemen om te horen wat ze er van vonden, maar dat kan niet. Er zijn talloze films, boeken en plekken die ik ze zou willen aanraden om te zien, lezen en bezoeken, maar ze hebben er geen toegang toe. Ondanks al deze restricties blijft de man met de grijze haren de duiven voeden en blijven de mannen in mijn klas hun eigen geest voeden. Ik heb groot respect voor ze.