Blog 9: 4th of July

People

 

Zaterdag 4 juli. Er hangt rook in de lucht. Overal wordt gebarbecued op de straten van Oakland. De Amerikanen vieren hun onafhankelijkheid met een eindeloos aantal spareribs en gebraden kippenpootjes. Wij barbecueën ook, in een tuin in East Oakland. We liggen onder een citroenboom in de zon en verliezen de tijd. We zien geen wapperende stars and stripes, we missen het vuurwerk en de parade in Alameda die ik als ijverige antropoloog zo graag wilde bezoeken. Zo hoort het, verzekert Alice ons. 4 Juli is een prima excuus om de hele dag samen te zijn met goede vrienden en familie, en verder niks bijzonders te doen. Ik geniet er van, maar deze dag vraagt ook om een reflectie op de juridische strijd voor gelijke rechten die nog in volle gang is in de VS.

 

Op 4 juli 1776 werd de Declaration of Independence ondertekend en de woorden van deze verklaring resoneren niet alleen in de VS, maar wereldwijd. The land of the free werd geboren met het ondertekenen van dit document. Nog voor de Franse revolutie verbond deze moderne natiestaat haar bestaansrecht direct aan de wil van het volk. De wil van de monarch was niet langer wet en het recht van burgers om hun eigen regering te kiezen, controleren, en zo nodig om ver te werpen, werd zwart op wit vastgelegd. De gelijkwaardigheid van ieder mens werd bovendien benadrukt als een vanzelfsprekende waarheid. Aan die gelijkwaardigheid werden onvervreemdbare basisrechten verbonden: het recht op leven, vrijheid en het nastreven van geluk. Het zijn mooie woorden die haar weerklank vinden in de universele rechten van de mens en in de grondwet van menige moderne democratie. Ik heb ze vaak aangehaald tijdens mijn colleges over politieke theorie en mensenrechten. Mijn verbazing was dan ook groot toen ik ontdekte hoe weinig juridische waarde deze woorden hebben.

 

Ik beleefde een ongemakkelijk moment als naïeve buitenlander tijdens een van de colleges in Berkeley. De docent vertelde over een rechtszaak die een paar jaar geleden was aangespannen door een lesbische serveerster die vanwege haar seksuele geaardheid was ontslagen in een café. Tot vrij kort geleden was deze zaak heel complex geweest, legde hij uit, omdat seksuele geaardheid in feite geen protected class is. Ik snapte het niet. Er is toch niet voor niks een civil rights movement geweest in de VS, dacht ik. Er zijn toch anti-discriminatie wetten aangenomen die er voor zorgen dat mensen als gelijken behandeld dienen te worden op de werkvloer? Ik vroeg of de serveerster niet beschermd werd door die wetten. Dat is niet overal vanzelfsprekend, legde de docent uit. Er mag bij wet niet gediscrimineerd worden op basis van bepaalde eigenschappen zoals ras, leeftijd, gender of religie. Dat is wat wordt bedoeld met een protected class. Seksuele geaardheid is nog steeds niet officieel aan dit lijstje toegevoegd. “Hoe zit het dan met die grote woorden die zo vaak worden aangehaald”, vroeg ik. “Je weet wel, we, the people…., de vanzelfsprekende gelijkwaardigheid van mensen, onvervreemdbare basisrechten, enzovoorts. Kunnen mensen zich daar niet al heel lang op beroepen in de rechtbank?” De aanwezige studenten en de docent barstten in lachen uit. “Je bedoelt de Declaration of Independence”, zei de docent. “Dat is de grondwet niet!” Ik ging er vanuit dat de Amerikaanse grondwet gebaseerd zou zijn op dezelfde uitgangspunten die in de Declaration of Independence genoemd worden, maar zo simpel bleek het niet te zijn.

 

Toen viel bij mij eindelijk het kwartje. De Amerikaanse grondwet heeft geen artikel één dat haar burgers in vrij algemene termen beschermt tegen discriminatie. Die bescherming moet apart bevochten worden, voor verschillende groepen en onder verschillende omstandigheden. Ik begreep ineens waarom de burgerrechten beweging zoveel moeizame, afzonderlijke passen heeft moeten zetten op weg naar gelijke rechten voor zwarte Amerikanen. De strijd ging eerst over het openbaar vervoer, toen over onderwijs, toen over huisvesting, toen over werkgelegenheid. Voor elk maatschappelijk domein werden aparte wetten aangenomen en vandaag de dag zijn gelijke rechten voor iedereen nog steeds niet gerealiseerd. De mooie woorden in de Declaration of Independence zijn als het vuurwerk dat op 4 juli overal in de VS wordt afgestoken. Het is uiterlijk vertoon; de pracht en praal is vluchtig en speelt zich af in de hogere regionen, maar in het dagelijks leven on the ground blijft er niks van over.

 

Ik ontdekte langzaam wat er allemaal nog meer niet in de Amerikaanse grondwet is vastgelegd. Het recht op onderwijs staat niet in de grondwet, bijvoorbeeld. Het gevolg is dat niet elk Amerikaans kind gelijke toegang heeft tot onderwijs van min of meer dezelfde kwaliteit. Publieke scholen worden in Amerika gefinancierd met de gemeentebelasting die wordt geheven op vastgoed. Blanke kinderen in rijke gemeenten gaan naar scholen met veel meer middelen dan zwarte kinderen in arme gemeenten. In grote steden zoals Los Angeles hebben veel wijken aparte gemeenten. De scholen in Beverly Hills en Compton worden niet uit hetzelfde potje betaald, en kinderen uit Compton mogen niet in Beverly Hills naar school omdat het schooldistrict samenvalt met het gebied van de gemeente. Zo leidt de stedelijke segregatie in Amerika nog steeds tot ernstige segregatie in het onderwijs en het is lastig om daar juridisch iets aan te doen.

 

Nog veel erger: slavernij is nog steeds niet volledig  afgeschaft in de VS. De eerste collega wetenschapper die ik over mijn onderzoek vertelde in Berkeley zei: “Je kunt de impact van het hedendaagse gevangeniswezen in de VS niet begrijpen zonder eerst uitgebreid het slavernij verleden te bestuderen.” Hij had groot gelijk. Letterlijk. Toen de Emancipation Proclamation door Abraham Lincoln werd uitgeroepen bevrijdde hij niet iedereen uit slavernij. Het dertiende amendement op de grondwet dat hier mee samenhangt stelt dat slavernij en onvrijwillige dienstbaarheid in de VS verboden zijn, behalve als straf voor een misdaad. Gevangenen zijn niet beschermd tegen slavernij en kunnen onvrijwillig te werk worden gesteld. Dit gebeurt nog steeds regelmatig. Amerikaanse gevangenen verrichten onbetaalde en verplichte arbeid waar de overheid en grote bedrijven de vruchten van plukken.

 

Het is niet verwonderlijk dat veel activisten en organizers spreken van ‘moderne slavernij’ als ze het hebben over Amerikaanse gevangenissen. Net als vroeger, zijn zwarte Amerikanen het primaire slachtoffer van deze moderne variant. Een op de drie zwarte Amerikaanse mannen zal naar verwachting een periode in de gevangenis doorbrengen volgens een recent statistisch rapport dat werd aangeboden aan de Verenigde Naties. Dat is een hoger aantal dan het totale aantal slaven dat in 1800 werd gehouden in de VS. Het grootste deel van deze mannen wordt niet veroordeeld voor geweldsdelicten, maar in zaken die met drugs te maken hebben. Uit onderzoek blijkt dat zwarte en blanke Amerikanen ongeveer even vaak drugs gebruiken, maar in sommige staten worden zwarte Amerikanen twintig tot vijftig maal vaker tot een gevangenisstraf veroordeeld voor drugsbezit dan blanken. Deze gevangenen kunnen niet alleen onvrijwillig te werk worden gesteld, maar verliezen ook andere rechten. Ze mogen niet stemmen en verkeren eigenlijk in een staat van ‘maatschappelijke dood’ zoals een van de activisten en ex-gevangenen die ik interviewde het uitdrukte.

 

De plantage heeft plaats gemaakt voor de gevangenis en de gelijkwaardigheid van elk mens is nog lang geen vanzelfsprekendheid in de VS. Hoe zit het met dat onvervreemdbare recht op leven, vrijheid en geluk? Lang niet iedereen kan evenredig van deze basale menselijke behoeften genieten. Dit besef geeft toch wel een katerig gevoel na de feestelijkheden van 4 juli.